Wat kan je verwachten?Gratis ebooksTuinideeën Tuintips Tuinvoordeeltjes Etc |
Het is je vast al wel duidelijk dat zonder de juiste bemesting planten in de tuin niet optimaal groeien en bloeien. Het is van groot belang om de planten op de juiste tijd de juiste bemesting te geven. Enige kennis over de verschillende meststoffen die er zijn is hard nodig.
Volledige
meststoffen
Deze bevatten stikstof, fosfor, kalium, magnesium, calcium en zwavel
plus andere spoorelementen zoals koper, ijzer en zink etc.
Afzonderlijke
meststoffen
Dit zijn alle bovengenoemde stoffen (behalve de spoorelementen). Als de
planten een tekort hebben aan bijvoorbeeld stikstof, kun je dit
afzonderlijk kopen en het stikstof tekort van de planten ermee
verhelpen.
Vloeibare
meststoffen
Dit wordt vaak aan het gietwater toegevoegd, vaak wordt het gebruikt
bij kamerplanten of planten in potten (buiten). Het middel werkt zeer
snel, het is dus een goede zaak om meerdere keren per jaar mest te
geven.
Vaste
meststoffen
Wordt vaak gebruikt als langzaam werkende meststof. Meestal is
één keer per jaar mest geven, de plant heeft voor
het gehele jaar voldoende. Dit soort meststoffen worden vaak op het
gazon gebruikt. Het is verkrijgbaar in de vorm van meel, spaanders,
korrels, of pillen. Hier geldt altijd: Hoe fijner de stoffen gemalen
zijn hoe sneller ze door de plant opgenomen worden.
Een
basisbemesting
Dit is een bemesting met compost, koemestkorrels of NPK (stikstof,
fosfaat, kalium).
Zorg dat je weet wat de
behoeften van je (nieuwe) planten zijn.
Het is van belang te weten wat de huidige voedselgehalte en pH-waarde
van de grond is, dit kun je alleen achterhalen met een pH-test.
Verdeel compost over de grond en vul het tekort aan het voedingsgehalte
op met NPK
Als de basisbemesting is uitgewerkt, krijgen de planten in de groei en bloei perioden vaste mest, dit is afhankelijk van hun voedselbehoefte.
Tip: Voordat je planten koopt of nog beter een beplantingsplan gaat maken, doe eerst een grondonderzoek. Het heeft namelijk helemaal geen zin om telkens je grond aan te passen aan de behoeften van de planten. Het is beter om je plantkeus aan te passen aan de grondinhoud.
Houd rekening met de grondsoort, zandgrond kan slecht voedingsstoffen vasthouden. Als je in één keer teveel mest geeft zal dat allemaal in het grondwater terecht komen. Bij zandgrond is het dus een goede zaak om meerdere keren kleine beetjes mest te geven. Kleigrond daarentegen houdt voedingsstoffen wel heel goed vast, hier kun je gerust meer mest geven. Zorg ervoor dat je na het bemesten royaal water geeft, bemest nooit op droge grond.
| Bomen In het najaar kun je de wortelzone bedekken met compost. Sommige vruchtbomen hebben in het voorjaar extra organische mest nodig. |
![]() |
| Hagen Als je struiken houdt in de vorm van een haag, zoals taxus en coniferen kun je ze in de lente wat organisch mest geven, ook koemestkorrels voldoen. Geef in het najaar compost. |
![]() |
|
Rozen |
![]() |
| Vaste
planten In het najaar verwerk je compost door de grond en in het voorjaar geef je organische mest. Koemest korrels voldoen ook. Je kunt er voor kiezen om alles in het voorjaar te doen, eerst het compost en daarna koemestkorrels. |
![]() |
| Eenjarigen
& Tweejarigen Voordat je (twee)eenjarige planten in de grond zet is het van belang om ervoor te zorgen dat er compost en NPK door de grond verwerkt is. Tweejarige planten kun je bijmesten voor het jaar erop met koemestkorrels of een andere basisbemesting. |
![]() |
Stikstof
(N)
Is goed voor de groei van scheuten en bladeren. Bij gebrek aan stikstof
krijgen de planten last van een zwakke groei, je kunt dat zien aan
vergeelde bladeren. Bij overbemesting wordt het blad blauwgroen en de
kans op ziekten en plagen wordt vele malen groter.
Fosfaat
(P)
Is goed voor de ontwikkeling van bloem en vrucht. Bij gebrek aan
fosfaat worden de bladeren roodbruin en krijgen de planten minder
bloemen en of vruchten.
Kalium
(K)
Zorgt voor sterke wortels en de algehele stevigheid van de plant. Bij
gebrek aan kalium krijgt de plant last van een zwakke groei en bruine
bladranden.
Magnesium
(Mg)
Bevordert de aanmaak van bladgroen. Bij gebrek vergeling van de
bladranden en de groenblijvende nerven. Bij overbemesting kans op
ziekten en plagen
Calcium
(Ca)
De wortels en scheuten zullen beter groeien en het bevordert de opname
van andere voedingsstoffen. Bij gebrek kans op een slechte groei en een
te lage pH-waarde. Bij overbemesting ontstaat er fosforgebrek.
Zwavel
(S)
Bij gebrek vergeling van de bladeren en een slechte bloei. Het
bevordert de stofwisseling van de plant.