Gratis nieuwsbrief

Wat kan je verwachten?
Gratis ebooks
Tuinideeën Tuintips
Tuinvoordeeltjes
Etc

"Druiven zijn te eten, te drinken en ook nog eens heel mooi om te zien"

De geschiedenis van de druif is zeer oud. De eerste mensen van wie bekend is dat zij druiven gebruikt hebben om er wijn van te maken waren de Ariërs en de Semieten. Maar ook vele andere volkeren waren bedreven in de kunst van het wijn maken. De Romeinen die ook in Nederland en België zijn geweest hebben een grote invloed gehad op de verspreiding van de wijnbouw in Europa. Overal waar de Romeinen kwamen, brachten zij hun wijnstokken mee, die ze op de daarvoor geschikte plaatsen uitplantten. Na de Romeinen heeft het christendom veel bijgedragen aan de ontwikkeling van de druiventeelt tot halverwege de 19e eeuw. De christenen gebruiken de wijn voor het belijden van hun geloof. Het verval van de druivenkweek is ontstaan toen de energieprijzen sterk gingen stijgen. De Belgische serres werden verwarmd, wat door de energieprijzen een duur grapje werd, maar ook het ontstaan van de EEG heeft ervoor gezorgd dat het aantal druivenkwekers drastisch omlaag ging. Toch komen er langzamerhand weer mensen in Nederland en België die met wijngaarden beginnen. Als hobbyist met of zonder kas is de druif een prachtige plant waar je veel plezier aan kunt beleven.

Het planten van druiven

Let bij aankoop van jonge druiven op de volgende punten:

Druiven houden van zon en warmte, houd daar rekening mee als je van plan bent om elk jaar een mooie oogst te verkrijgen. Verder is het belangrijk dat de plant niet constant in de wind staat, jonge groeipunten en bladeren kunnen hierdoor afsterven. Ook grondsoort en vochtigheid van de bodem zijn van groot belang voor een goede groei van de druivenplant. Een plekje in het zuiden tegen een muur is de ideale plek, de gevel waar de plant tegenaan staat vangt namelijk een heleboel warmte op, dat wordt dan s nachts "uitgestraald". Dit heeft als voordeel dat de plant in het voor en najaar op een warmere plek staat en er minder kans is op schade door nachtvorst.
Nog een voordeel van het kweken tegen een muur is dat je een goede, stevige achtergrond hebt om de druivenplant tegen te bevestigen. Ook een schutting, pergola of prieel is geschikt om de plant de nodige steun te geven.

Het planten van een druivenplant moet gebeuren op een afstand van tenminste 30 centimeter van de muur. Plant de druif schuin in de grond zodat de ent 10 cm vanaf de muur staat en de wortels 30 cm. De ent moet net boven de grond uitkomen, zorg voor een ruim plantgat zodat de wortels gelijkmatig kunnen worden uitgespreid. Bij pergola’s of andere ornamenten kunt u de druivenplant 10 cm van de paal plaatsen.

Wanneer je de gelukkige bezitter bent van een kas is het mogelijk om de druivenplant hier op te kweken. Als de kas of serre ook nog eens verwarmd is, heb je het met afrijpen nog gemakkelijker, omdat het uitlopen en afrijpen van de druiven dan vervroegd kunnen worden. Als je bijvoorbeeld al vanaf maart begint met verwarmen tot zo’n 18 graden dan kun je eind juli de eerste rijpe druiven al oogsten. Wel moet je in de kas letten op een goede beluchting en een juiste snoei in de zomer, omdat anders de hele oogst verloren kan gaan door schimmels, zoals meeldauw en botrytis. Er zijn vele bestrijdingsmiddelen tegen deze plagen, maar voorkomen is beter dan genezen en een eenmaal aangetaste tros is niet meer te redden. Veel luchten zodat er zo weinig mogelijk vochtige lucht in de kas blijft hangen is een pré.

Grondsoort voor druiven

Druiven geven de voorkeur aan een kalkhoudende bodem. Hieronder een beschrijving van een aantal grondsoorten

Zandgrond
Op zand kun je prima druivenplanten verbouwen, mits er voldoende organische mest gegeven wordt om de grond vruchtbaar(der) te maken. Oude stalmest, compost of andere meststoffen die de eigenschap hebben dat ze voedingsstoffen en vocht vasthouden. vooral het laatste is erg belangrijk op zandgronden omdat zandgrond snel droog is.

Zware kleigrond
Is een stuk minder geschikt omdat bij veel regen alles dichtslaat, dit kan schadelijk zijn als het te lang duurt doordat de luchttoevoer naar de wortels afgesloten wordt. Zonder zuurstoftoevoer zullen de wortels langzaam afsterven, ook kunnen de wortels veel minder voedingsstoffen opnemen. Zware grond kan luchtiger gemaakt worden door organische materiaal te gebruiken, zoals stro of bladeren op deze manier wordt de grond luchtiger maar ook voedzamer. Compost is af te raden omdat het te fijn van structuur is.

Veengrond
Omdat veengrond zuur is zul je geen tot slechte resultaten behalen. Een oplossing is om kalk toe te voegen. Het beste kun je kalk uit zeewier gebruiken omdat dit veel mineralen bevat. De kalk bemesting moet vaak herhaald worden, toch zal in veel gevallen het resultaat tegenvallen.

Een aantal rassen

Er bestaan ongeveer 8000 soorten druivenrassen. De Vitis vinifera Europese druif is voor ons als tafeldruif en wijndruif veruit het beste soort. We kunnen de rassen verdelen in drie soorten. Amerikaanse druif, Europese druif en de hybride. Een hybride is een kruising van een Amerikaanse en Europese druif. Niet elke hybride is geschikt om te eten, er zit een onaangename smaak aan een goed voorbeeld hiervan is de ‘Rembrandt’. Andere hybriden, zoals de ‘Triomph d’ Alsace’, de ‘Seyval Blanc’ en ook de bij ons bekende druif ‘Glorie van Boskoop’ hebben een betere smaak. Nog een voordeel van de hybride is dat ze een hoge weerstand hebben tegen schimmelziekten en zij kunnen beter tegen het koude klimaat in deze omstreken.

Blauwe druiven

Boskoops Glory
Dit is een uitermate geschikte druif voor Nederland, in warmere landen krijgt de Boskoops Glory een neutraal zoete smaak en een lichte vossensmaak, die veel mensen niet prettig vinden. In klimaat gebieden zoals Nederland en Belgie krijgt deze plant een vroege rijping en een milde druivenaroma, en smaken ze heerlijk.

Esther
De resistentie tegen schimmels is goed, in de herfst valt naast de heerlijke vruchten ook de dieprode bladverkleuring op.

Frankenthaler
Is een oud ras uit Zuid-Tirol in het noorden van Italië. Dit soort moet in een kas of serre gekweekt worden. Ze heeft een krachtige groei en mooie vruchten, maar is vatbaar voor meeldauw en botrytis

Leopold III
Een Belgische soort, die alleen onder glas gekweekt kan worden en een matige groei vertoond. ze beschikt wel over een goede weerstand tegen ziekten.

Muscat blue
Is schimmelresistent in een vochtig klimaat.

Witte druiven

Angela
Grote geel groene druiven aan grote trossen. Smaakt aangenaam en zacht.

Bristaler Muskat
Kruising uit Zwitserland tussen Seyval Blanc x Bacchus. Een vroegrijpe soort, de takken groeien opvallend rechtop.

Muskaat van Alexandrië
Een oude soort die oorspronkelijk uit Alexandrië in Egypte komt. Een druif die smaakt naar muskaat. De plant heeft een sterke groei en is laatrijpend.

Vroege van der laan
Bijzonder geschikt voor teelt in de buitenlucht. Hij wordt gerekend als een van beste witte druiven die in ons klimaat vertoeven.

Het vermeerderen van druiven

Druiven kun je vermeerderen door te zaaien, elk zaadje geeft een totaal nieuwe plant, ze zijn dus nooit hetzelfde als de ouderplant. Als je het leuk lijkt om druivenplanten uit zaad te kweken moet je wel beschikken over een flinke dosis geduld, want het duurt ongeveer 4 tot 5 jaar voordat de nieuwe plant bloeit en vrucht geeft. En dan is het nog de vraag of het de moeite loont, er zijn enkele proefstations die bezig zijn met onderzoek naar nieuwe druivenrassen. Van de vele duizenden zaailingen blijven er maar een paar over die geschikt zijn voor de kweek. Het is beter om een druif door middel van stekken, afleggen of enten te vermeerderen.

Afleggen
Afleggen is erg makkelijk om te doen, het enigste wat je nodig hebt is een oudere druivenplant. Snij een laagje bast weg en buig de tak naar de grond toe en graaf hem gedeeltelijk in. Als er eenmaal voldoende wortels aanzitten kun je de nieuwe plant van de oude afsnijden. Doe dit pas na 1 jaar. De tijd waarop je het afleggen kunt uitvoeren is in de winter. De winter daarop snijdt je de jonge plant van de oude plant af en geef je hem een nieuwe plek. De aflegger geeft meestal tijdens dat ene jaar ook nog vruchten.

Stekken
Er zijn drie vormen van stekken, namelijk de winter, zomer en oogst stek. De winterstek gebeurt tijdens de wintersnoei. Zoek een aantal sterke, gezonde eenjarige scheuten uit die toch gesnoeid moeten worden. Let erop dat dit stekken zijn van een plant die een goede opbrengst en kwaliteit heeft geleverd. Het beste tijdstip hiervoor is februari/maart. Van de takken knipt of snijdt je dan stukken van 20 cm lengte en je moet altijd onder en boven een knop afknippen. Van de onderste knop snijdt je voorzichtig het oog en stukje van de bast weg. De stekken steek je dan rechtop in de voor twee derde in de grond. Dit kan het beste gebeuren in een stekkist, potten of meteen op de plaats waar de nieuwe druif moet komen. Rond half mei kunnen de jonge druivenplanten uitgeplant worden in de volle grond of potten.

De zomerstek
Je neemt gezonde jonge scheuten en snijdt hieruit stekjes met twee of drie knopen. Het onderste blad wordt verwijderd en het oog ook. Hierna worden de stekken geplaatst in kistjes en onder glas gezet. Voorkom uitdroging! Deze manier van stekken is veel moeilijker omdat de jonge plantjes veel kwetsbaarder zijn.

Oogstek
Dit gebeurt ook tijdens de winter, knip een van eenjarig hout een stuk af met slechts 1 knoop. Dit stuk moet uit een gezonde en dikke tak gesneden worden. Dunne takken hebben niet genoeg reserve voedsel om op deze manier een nieuwe plant te vormen. De stekken leg je horizontaal in de grond, het oog iets bedekken met een dun laagje zand of aarde.

De kistjes worden onder glas of plastic gezet, zorg er altijd voor dat de luchtvochtigheid niet te hoog oploopt, hiermee voorkom je schimmel en andere aantastingen. Als uit de stek een stevig plantje gegroeid is kun je hem oppotten en verder opkweken.

Enten
Hier wil ik niet al te diep op in gaan, omdat er maar weinig particulieren zijn die deze methode zullen gebruiken. Enten vindt eigenlijk alleen plaats om de ziekte genaamd phylloxera te voorkomen. Er wordt vooral geënt op Amerikaanse soorten omdat die bijna geen last hebben van deze ziekte. Enten gebeurt op een onderstam, de onderstam wordt eerst geweekt op de winterstek methode. In de winter daarop snijdt men van deze plant de kop eraf ook worden alle knoppen verwijderd. Dan wordt van het gewenste druivenras een stukje tak met een oog genomen en als nieuwe kop op de onderstam geplaatst. Dit wordt gedaan door de onderstam en ent op dezelfde manier af te snijden, zodat beide exact tegen elkaar aan passen. Daarna worden de beide delen met een raffia tegen elkaar vastgebonden en afgedekt met entwas.

Het snoeien en vormen van buitendruiven

Een druif moet gesnoeid worden om ten eerste de plant te laten groeien zoals wij willen en ten tweede om te zorgen dat er voldoende rijpe vruchten aankomen. Het snoeien van een druif gebeurt in een paar jaar fase’s

Er zijn verschillende manieren van opkweken namelijk het guyotsysteem, deze manier van snoeien wordt in veel wijnbouwgebieden gebruikt. Dit is vooral een interessant systeem omdat er zomers mooie dichte hagen ontstaan, die goed als vervanging van de traditionele hagen dienst kunnen doen. Met de pendelbogen (zie onderaan) kun je in kleine ruimten toch druiven kweken.

Druif tegen pergola

Jaar 1
Als je een druivenplant gekocht hebt of je hebt hem zelf gekweekt dan kun je de druif in de winter of in het voorjaar op de gewenste plek poten. Na het planten wordt de jonge plant in teruggesnoeid tot op 2 a 3 ogen boven de grond.
Rond mei zal de plant gaan uitlopen, in een kas iets eerder. Het beste is om de bovenste scheut te laten doorgroeien en de overige scheuten weg te halen. De scheut die je laat doorgroeien kan het beste goed aangebonden worden, zodat hij niet beschadigd wordt, deze scheut wordt de stam van de druivenplant. Zijscheuten die uit de jonge stam ontstaan kun je ook verwijderen, als de scheuten al ouder zijn is het beter deze terug snoeien op het eerste blad.

In de winter wordt de stam op een lengte van 1 meter gesnoeid en alle zijscheuten kun je verwijderen. Als de druif nog niet de lengte van 1 meter heeft bereikt kun je hem het beste korter terug snoeien, bij slechte groei zelfs tot op 10 tot 15 cm boven de grond. Hierdoor wordt het wortelgestel beter ontwikkeld en zal het jaar erop een goede stam ontstaan.

Jaar 2
Het jaar daarop komen er uit de jonge stam verschillende ogen uitlopen. De sterkste scheuten groeien vanuit de top en deze moeten weer goed worden aangebonden om beschadiging te voorkomen. De sterkste scheuten worden geseltakken, dit zijn takken die we aan de klimrek of draden bevestigen. Zijscheuten die in de oksels van de bladeren ontstaan noemen we dieven, deze kunnen na het eerste blad terug gesnoeied worden. Alle scheuten die onder uit de stam groeien moet je direct verwijderen.
In de winter kunnen de dat jaar gegroeide takken worden teruggesnoeid tot 1 meter, waarvan we als horizontale leggers er 1 als verlenging van de stam aan de draden wordt bevestigd. Als de plant tegen een pergola staat, is het de bedoeling dat de druif daar overheen gaat groeien, dan wordt er in de zomer slechts 1 tak overgelaten, die in de winter wordt teruggesnoeid tot 1 meter. Als je een druivenras hebt dat goed draagt op eenjarig hout, dit is bij de meeste wijndruiven het geval dan houdt je ook 1 tak aan. (zie plaatje boven)

Jaar 3
Dit jaar zie je waarschijnlijk de eerste bloementrossen, het is verstandig om de meeste van die trossen te verwijderen, bij zwakke planten zelfs alle trossen. Dit voorkomt dat de druivenplant al zijn energie steekt in de druiventrossen. Die kracht kan beter gebruikt worden aan de groei, die op dat moment veel belangrijker is. Als je een plant met leggers hebt, kun je in dit jaar het tweede paar leggers gaan vormen. Uit de top van de stam zullen weer verschillende ogen gaan uitlopen, van die takken houdt je er weer drie aan, de rest kan verwijderd worden.
Twee dienen als leggers en de derde als verlenging van de stam.
Uit de knoppen van de onderste leggers zullen ook scheuten komen, de scheuten aan de uiteinden van die leggers kun je door laten groeien. De andere knoppen geven takken met de eerste bloemtrossen die je het beste kunt verwijderen.

Pendelbogen


Jaar 4
In dit jaar zou je een leuke oogst kunnen verwachten. Er zijn druivenrassen die teveel bloemtrossen krijgen bijvoorbeeld het ras ‘Seibel’, heeft vaak vier trossen per tak. Het is handig een aantal bloemtrossen te verwijderen (uitdunnen) anders gaat dit ten koste van de groei en de bloemtrossen zullen moeilijk gaan rijpen. twee trossen per tak zijn meer als voldoende.
Bij de druiven die op leggers dragen, houdt je per stift een tak met bloemtrossen aan. Dit hoeft niet altijd de onderste tak te zijn, want het kan ook zo zijn dat pas het tweede of derde oog een vruchtbare tak geeft. Je doet er goed aan om de onderste tak te laten zitten, maar alle andere uitgelopen takken verwijder je zo jong mogelijk.
Ook scheuten uit slapende ogen, op de legger kun je weghalen. De overgebleven takken snoei je af na het vierde blad achter de tros, of na het vierde blad als er geen tros aanwezig is.
Tijdens het afrijpen van de druiven, kun je het beste wat blad rondom de trossen verwijderen zodat ze meer licht krijgen. Zorg er wel altijd voor dat er voldoende blad aanwezig blijft om suikers te kunnen vormen. In de winter snoei je bij leggers de tak die het dichtst bij de stam staat terug op twee tot vijf ogen. De rest kun je weg snoeien zodat je één stift over houdt, die in het jaar daarna weer de vruchttakken zal vormen.

druif tegen muur


Door de jaren heen
De planten zijn nu geheel gevormd en zullen als het goed is een normale oogst opleveren. Het blijft een goede zaak om bij zwakkere maar ook bij rijke dragende planten een gedeelte van de druiventrossen te verwijderen. Bij de wintersnoei is het van belang dat je niet te laat snoeit. Het snoeien kan al in de herfst gebeuren als het blad van de bomen begint te vallen. Bij strenge winters kun je beter niet snoeien, omdat de plant daar veel schade aan zal overhouden. Je kunt de winter snoei toepassen tot en met maart, daarna kan het niet meer omdat de sapstroom van de plant weer op gang is gekomen. Daarna is het beter te wachten tot de zomersnoei aan de beurt is.

Als na een aantal jaren de vruchtbaarheid van een legger verminderd, dan zul je voor een vervanger moeten zorgen. Het kan ook voorkomen dat de stiften te ver van de stam komen te staan. Laat een tak die dicht bij de stam staat in de zomer doorgroeien. In de winter snoei je de oude tak in zijn geheel weg en bindt de nieuwe tak op die plek weer aan. Verwijder in het begin van de nieuwe tak alle trossen. Als je een druivenplant hebt die heel goed op jong hout groeit, kun je de casenavesysteem gebruiken.

Wanneer je weinig ruimte hebt in de tuin, of geen muur waar de druivenplant tegenaan kan groeien kun je gebruik maken van pendelbogen.

Bemesten van druiven

Omdat het voor de meeste mensen die één of twee druivenplanten hebben een beetje overdreven is om een bodemmonster te nemen en te laten onderzoeken in een bodemkundig laboratorium, vindt je hier wat algemene regels voor het bemesten van de druivenplant.
Voor het planten van een druif kun je het beste organische meststof gebruiken, bijvoorbeeld stalmest, 5 kilo per 1 m2 moet voldoende zijn. Als je stalmest gaat gebruiken let er dan wel op dat dit oude mest moet zijn, want verse mest is te scherp voor de wortels.
Als je kunstmeststoffen gebruikt let er dan op dat je een lage stikstofgehalte gebruikt en een hoge kaligehalte. Een goede verhouding is NPK – 9-10-23. Gebruik na eind juni geen stikstof meer omdat dit een te sterke bladgroei geeft, dit komt niet ten goede aan het afrijpen van de druiven.

Ook in het eerste jaar liever geen stikstof geven, dit komt de wortelgroei niet ten goede, meng liever 100 gram patentkali door de grond. Als je met kasdruiven bezig bent is het van belang goed op te letten met het bemesten van druiven. De stoffen kunnen zich gaan ophopen en zo (veel) schade opleveren, vooral het keukenzout-gehalte loopt sterk op als je niet de juiste meststoffen gebruikt. Vraag aan de handelaar in de buurt naar een meststof met een zo weinig mogelijk gehalte aan natriumchloride (keukenzout). Ook is het verstandig om de kasgrond elke winter goed nat te maken, zodat een te hoog gehalte aan zout weggespoeld wordt.
Elk jaar na de wintersnoei kun je de druivenplant bijmesten met NPK of organische mest. Dit is meestal voldoende voor het hele jaar.

Ziekten

Vorstschade
Als de tempratuur onder de -15 komt wat niet zo gauw gebeurt in Nederland en België, zullen enkele gevoelige rassen schade door de vorst ondervinden. Als u een gevoelige soort heeft is het belangrijk dat u hem zoveel mogelijk uit de wind plaatst. Als de plant tegen een muur staat zal hij minder schade ondervinden dan in het open veld.
Een goede bemesting zal de schade ook aanzienlijk verminderen.

Virussen
Als je een gezonde plant kiest zul je nooit last krijgen van een virus. Aan een virus is niks te doen, de enigste oplossing is om de plant te rooien en er een nieuwe voor in plaats te zetten.

Gebreksziekten
Dit ontstaat doordat de plant een te kort krijgt aan een bepaalde voedingstof, waardoor verkleuring van het blad en verzwakking van de plant ontstaan. Door die verzwakking kunnen dan weer sneller andere plagen ontstaan, zoals schimmels en ongedierte. Dit kun je voorkomen door een bodemanalyse te laten maken, neem een bodemmonster en stuur hem op naar een laboratorium

Schimmelziekten
Ontstaan meestal doordat er teveel vochtige lucht blijft hangen, zorg ervoor dat de druivenplanten niet te dicht op elkaar komen te staan. Een kas met druiven moet regelmatig gelucht worden zodat er geen vocht blijft staan. Als er schimmel ziekten zijn kun je door een goede zomersnoei veel goed maken.

Meeldauw
Er verschijnen aan de bovenkant van het blad witte schimmelplekken, het lijkt op witte stof of meel. ook op jonge vruchten kun je dit vinden, deze zullen niet verder groeien. Dit kan bestreden worden met spuitzwavel, meng het middel in een verhouding van 4 tot 5 gram op 1 liter water. De bespuiting moet je om de drie weken herhalen, omdat het middel na een tijdje uitgewerkt raakt. Wissel af en toe met een ander middel zoals Eupareen, omdat de schimmel anders resistent wordt voor zwavel. Verwijder zwaar aangetaste delen tijdens de zomersnoei.

Botrytis of grijze vruchtrot
Een schimmel die de plant, bladeren en als de vruchten aanwezig zijn aantasten met een grijze schimmel die erg lastig te bestrijden is. De schimmel overwinterd op het hout als kleine zwarte vlekjes, als de aantasting in ver stadium is kunnen de winterknoppen ook beschadigd zijn. deze lopen in het voorjaar niet meer uit of zijn zo beschadigd dat de groei stagneert. Deze ziekte is te voorkomen door goed te luchten (kas), als het geregend heeft moet de plant snel kunnen drogen. Buiten kun je dit proces stimuleren door teveel aan bladeren in de zomer te verwijderen. Ook hier moet je meerdere malen spuiten, 1 x voor de bloei, 1 x na de bloei, 1x als de bessen beginnen te groeien en 1x voor het afrijpen begint. Let erop dat je het veiligheidstermijn van het middel in de gaten houdt. Dit kan 6 tot 8 weken zijn, dus je zult 8 weken voordat de druiven geplukt worden voor de laatste keer kunnen spuiten.

Dode-arm-ziekte
Deze schimmel groeit in de stam van de druif en verspreidt zich door het afstervende hout. Je kunt deze ziekte herkennen doordat bepaalde scheuten slecht tot helemaal geen vrucht krijgen, en het blad klein blijft. De takken worden spierwit en hebben kleine, zwarte vlekjes. De bestrijding ervan is simpel, snoei het aangetaste hout weg tot op het gezonde hout en verbrand de aangetaste delen. In de winter kun je ook spuiten met vruchtboomcarbolineum en in het voorjaar als de knoppen gaan zwellen, met captan of zineb. Ontsmet je snoeigereedschap met formaline, zodat je andere druiven niet aantast.

Ongedierte

Rode spint
Dit kan een ware plaag zijn, doordat de rode spinnetjes in de bladeren en groeipunten van de scheuten prikken. De aangeprikte cellen worden leeggezogen en sterven. Hierdoor krijgen de jonge toppen een vreemde groei en het jonge blad krijgt een misvormd uiterlijk. De spinten vindt je aan de onderkant van de bladeren het zijn kleine rode beestjes van ongeveer 1 mm. Het diertje gedijt het best in een droge en warme omgeving, een omgeving waar zoals je weet druiven het beste presteren. Je kunt ze bestrijden door in de winter te spuiten met vruchtboomcarbolineum doe dit voor de knoppen gaan uitlopen, want dan bestrijdt je niet alleen de eieren maar ook de al aanwezige spinten. De behandeling moet een aantal malen herhaald worden.

Druifluis of phylloxera
Dit is de grootste plaag die een druivenliefhebber kan overkomen, omdat hier niks aan te doen is. Alleen het enten op goede onderstammen kan het probleem oplossen. In Nederland en België is deze ziekte nog nooit voorgekomen, neem liever geen druivenplanten uit het buitenland mee, mocht je de ongelukkige zijn die deze luis meeneemt…..

Dopluis en wolluis
Dit ongedierte komt niet veel voor op buitendruiven, maar eerder in kassen en serres.
De grootste schade wordt veroorzaakt doordat de luizen een kleverige stof afscheiden, de zogenaamde honingdauw. Die tof komt op bladeren maar ook op de vruchten terecht en daarop kan dan weer een schimmel gaan groeien. De bestrijding in een kas kan gebeuren doormiddel van het aanstippen van de luizen met een oplossing van spiritus en groene zeep. In grote kassen kun je het beste gebruik maken van Gusathion.