Wat kan je verwachten?Gratis ebooksTuinideeën Tuintips Tuinvoordeeltjes Etc |
De geschiedenis van de druif is
zeer oud. De eerste mensen van wie bekend is dat zij druiven gebruikt
hebben om er wijn van te maken waren de Ariërs en de Semieten.
Maar ook vele andere volkeren waren bedreven in de kunst van het wijn
maken. De Romeinen die ook in Nederland en België zijn geweest
hebben een grote invloed gehad op de verspreiding van de wijnbouw in
Europa. Overal waar de Romeinen kwamen, brachten zij hun wijnstokken
mee, die ze op de daarvoor geschikte plaatsen uitplantten. Na de
Romeinen heeft het christendom veel bijgedragen aan de ontwikkeling van
de druiventeelt tot halverwege de 19e eeuw. De christenen gebruiken de
wijn voor het belijden van hun geloof. Het verval van de druivenkweek
is ontstaan toen de energieprijzen sterk gingen stijgen. De Belgische
serres werden verwarmd, wat door de energieprijzen een duur grapje
werd, maar ook het ontstaan van de EEG heeft ervoor gezorgd dat het
aantal druivenkwekers drastisch omlaag ging. Toch komen er
langzamerhand weer mensen in Nederland en België die met
wijngaarden beginnen. Als hobbyist met of zonder kas is de druif een
prachtige plant waar je veel plezier aan kunt beleven.
Druiven houden van zon en
warmte, houd daar rekening mee als je van plan bent om elk jaar een
mooie oogst te verkrijgen. Verder is het belangrijk dat de plant niet
constant in de wind staat, jonge groeipunten en bladeren kunnen
hierdoor afsterven. Ook grondsoort en vochtigheid van de bodem zijn van
groot belang voor een goede groei van de druivenplant. Een plekje in
het zuiden tegen een muur is de ideale plek, de gevel waar de plant
tegenaan staat vangt namelijk een heleboel warmte op, dat wordt dan s
nachts "uitgestraald". Dit heeft als voordeel dat de plant in het voor
en najaar op een warmere plek staat en er minder kans is op schade door
nachtvorst.
Nog een voordeel van het kweken tegen een muur is dat je een goede,
stevige achtergrond hebt om de druivenplant tegen te bevestigen. Ook
een schutting, pergola of prieel is geschikt om de plant de nodige
steun te geven.
Het planten van een druivenplant moet gebeuren op een afstand van tenminste 30 centimeter van de muur. Plant de druif schuin in de grond zodat de ent 10 cm vanaf de muur staat en de wortels 30 cm. De ent moet net boven de grond uitkomen, zorg voor een ruim plantgat zodat de wortels gelijkmatig kunnen worden uitgespreid. Bij pergola’s of andere ornamenten kunt u de druivenplant 10 cm van de paal plaatsen.
Wanneer je de gelukkige bezitter bent van een kas is het mogelijk om de druivenplant hier op te kweken. Als de kas of serre ook nog eens verwarmd is, heb je het met afrijpen nog gemakkelijker, omdat het uitlopen en afrijpen van de druiven dan vervroegd kunnen worden. Als je bijvoorbeeld al vanaf maart begint met verwarmen tot zo’n 18 graden dan kun je eind juli de eerste rijpe druiven al oogsten. Wel moet je in de kas letten op een goede beluchting en een juiste snoei in de zomer, omdat anders de hele oogst verloren kan gaan door schimmels, zoals meeldauw en botrytis. Er zijn vele bestrijdingsmiddelen tegen deze plagen, maar voorkomen is beter dan genezen en een eenmaal aangetaste tros is niet meer te redden. Veel luchten zodat er zo weinig mogelijk vochtige lucht in de kas blijft hangen is een pré.
Zandgrond
Op zand kun je prima druivenplanten verbouwen, mits er voldoende
organische mest gegeven wordt om de grond vruchtbaar(der) te maken.
Oude stalmest, compost of andere meststoffen die de eigenschap hebben
dat ze voedingsstoffen en vocht vasthouden. vooral het laatste is erg
belangrijk op zandgronden omdat zandgrond snel droog is.
Zware
kleigrond
Is een stuk minder geschikt omdat bij veel regen alles dichtslaat, dit
kan schadelijk zijn als het te lang duurt doordat de luchttoevoer naar
de wortels afgesloten wordt. Zonder zuurstoftoevoer zullen de wortels
langzaam afsterven, ook kunnen de wortels veel minder voedingsstoffen
opnemen. Zware grond kan luchtiger gemaakt worden door organische
materiaal te gebruiken, zoals stro of bladeren op deze manier wordt de
grond luchtiger maar ook voedzamer. Compost is af te raden omdat het te
fijn van structuur is.
Veengrond
Omdat veengrond zuur is zul je geen tot slechte resultaten behalen. Een
oplossing is om kalk toe te voegen. Het beste kun je kalk uit zeewier
gebruiken omdat dit veel mineralen bevat. De kalk bemesting moet vaak
herhaald worden, toch zal in veel gevallen het resultaat tegenvallen.
Er bestaan ongeveer 8000 soorten druivenrassen. De Vitis vinifera Europese druif is voor ons als tafeldruif en wijndruif veruit het beste soort. We kunnen de rassen verdelen in drie soorten. Amerikaanse druif, Europese druif en de hybride. Een hybride is een kruising van een Amerikaanse en Europese druif. Niet elke hybride is geschikt om te eten, er zit een onaangename smaak aan een goed voorbeeld hiervan is de ‘Rembrandt’. Andere hybriden, zoals de ‘Triomph d’ Alsace’, de ‘Seyval Blanc’ en ook de bij ons bekende druif ‘Glorie van Boskoop’ hebben een betere smaak. Nog een voordeel van de hybride is dat ze een hoge weerstand hebben tegen schimmelziekten en zij kunnen beter tegen het koude klimaat in deze omstreken.
Boskoops
Glory
Dit is een uitermate geschikte druif voor Nederland, in warmere landen
krijgt de Boskoops Glory een neutraal zoete smaak en een lichte
vossensmaak, die veel mensen niet prettig vinden. In klimaat gebieden
zoals Nederland en Belgie krijgt deze plant een vroege rijping en een
milde druivenaroma, en smaken ze heerlijk.
Esther
De resistentie tegen schimmels is goed, in de herfst valt naast de
heerlijke vruchten ook de dieprode bladverkleuring op.
Frankenthaler
Is een oud ras uit Zuid-Tirol in het noorden van Italië. Dit
soort moet in een kas of serre gekweekt worden. Ze heeft een krachtige
groei en mooie vruchten, maar is vatbaar voor meeldauw en botrytis
Leopold
III
Een Belgische soort, die alleen onder glas gekweekt kan worden en een
matige groei vertoond. ze beschikt wel over een goede weerstand tegen
ziekten.
Muscat
blue
Is schimmelresistent in een vochtig klimaat.
Bristaler
Muskat
Kruising uit Zwitserland tussen Seyval Blanc x Bacchus. Een vroegrijpe
soort, de takken groeien opvallend rechtop.
Muskaat
van Alexandrië
Een oude soort die oorspronkelijk uit Alexandrië in Egypte
komt. Een druif die smaakt naar muskaat. De plant heeft een sterke
groei en is laatrijpend.
Vroege
van der laan
Bijzonder geschikt voor teelt in de buitenlucht. Hij wordt gerekend als
een van beste witte druiven die in ons klimaat vertoeven.
Afleggen
Afleggen is erg makkelijk om te doen, het enigste wat je nodig hebt is
een oudere druivenplant. Snij een laagje bast weg en buig de tak naar
de grond toe en graaf hem gedeeltelijk in. Als er eenmaal voldoende
wortels aanzitten kun je de nieuwe plant van de oude afsnijden. Doe dit
pas na 1 jaar. De tijd waarop je het afleggen kunt uitvoeren is in de
winter. De winter daarop snijdt je de jonge plant van de oude plant af
en geef je hem een nieuwe plek. De aflegger geeft meestal tijdens dat
ene jaar ook nog vruchten.
Stekken
Er zijn drie vormen van stekken, namelijk de winter, zomer en oogst
stek. De winterstek gebeurt tijdens de wintersnoei. Zoek een aantal
sterke, gezonde eenjarige scheuten uit die toch gesnoeid moeten worden.
Let erop dat dit stekken zijn van een plant die een goede opbrengst en
kwaliteit heeft geleverd. Het beste tijdstip hiervoor is
februari/maart. Van de takken knipt of snijdt je dan stukken van 20 cm
lengte en je moet altijd onder en boven een knop afknippen. Van de
onderste knop snijdt je voorzichtig het oog en stukje van de bast weg.
De stekken steek je dan rechtop in de voor twee derde in de grond. Dit
kan het beste gebeuren in een stekkist, potten of meteen op de plaats
waar de nieuwe druif moet komen. Rond half mei kunnen de jonge
druivenplanten uitgeplant worden in de volle grond of potten.
De
zomerstek
Je neemt gezonde jonge scheuten en snijdt hieruit stekjes met twee of
drie knopen. Het onderste blad wordt verwijderd en het oog ook. Hierna
worden de stekken geplaatst in kistjes en onder glas gezet. Voorkom
uitdroging! Deze manier van stekken is veel moeilijker omdat de jonge
plantjes veel kwetsbaarder zijn.
Oogstek
Dit gebeurt ook tijdens de winter, knip een van eenjarig hout een stuk
af met slechts 1 knoop. Dit stuk moet uit een gezonde en dikke tak
gesneden worden. Dunne takken hebben niet genoeg reserve voedsel om op
deze manier een nieuwe plant te vormen. De stekken leg je horizontaal
in de grond, het oog iets bedekken met een dun laagje zand of aarde.
De kistjes worden onder glas of plastic gezet, zorg er altijd voor dat de luchtvochtigheid niet te hoog oploopt, hiermee voorkom je schimmel en andere aantastingen. Als uit de stek een stevig plantje gegroeid is kun je hem oppotten en verder opkweken.
Enten
Hier wil ik niet al te diep op in gaan, omdat er maar weinig
particulieren zijn die deze methode zullen gebruiken. Enten vindt
eigenlijk alleen plaats om de ziekte genaamd phylloxera te voorkomen.
Er wordt vooral geënt op Amerikaanse soorten omdat die bijna
geen last hebben van deze ziekte. Enten gebeurt op een onderstam, de
onderstam wordt eerst geweekt op de winterstek methode. In de winter
daarop snijdt men van deze plant de kop eraf ook worden alle knoppen
verwijderd. Dan wordt van het gewenste druivenras een stukje tak met
een oog genomen en als nieuwe kop op de onderstam geplaatst. Dit wordt
gedaan door de onderstam en ent op dezelfde manier af te snijden, zodat
beide exact tegen elkaar aan passen. Daarna worden de beide delen met
een raffia tegen elkaar vastgebonden en afgedekt met entwas.
Er zijn verschillende manieren van opkweken namelijk het guyotsysteem, deze manier van snoeien wordt in veel wijnbouwgebieden gebruikt. Dit is vooral een interessant systeem omdat er zomers mooie dichte hagen ontstaan, die goed als vervanging van de traditionele hagen dienst kunnen doen. Met de pendelbogen (zie onderaan) kun je in kleine ruimten toch druiven kweken.

Jaar
1
Als je een druivenplant gekocht hebt of je hebt hem zelf gekweekt dan
kun je de druif in de winter of in het voorjaar op de gewenste plek
poten. Na het planten wordt de jonge plant in teruggesnoeid tot op 2 a
3 ogen boven de grond.
Rond mei zal de plant gaan uitlopen, in een kas iets eerder. Het beste
is om de bovenste scheut te laten doorgroeien en de overige scheuten
weg te halen. De scheut die je laat doorgroeien kan het beste goed
aangebonden worden, zodat hij niet beschadigd wordt, deze scheut wordt
de stam van de druivenplant. Zijscheuten die uit de jonge stam ontstaan
kun je ook verwijderen, als de scheuten al ouder zijn is het beter deze
terug snoeien op het eerste blad.
In de winter wordt de stam op een lengte van 1 meter gesnoeid en alle zijscheuten kun je verwijderen. Als de druif nog niet de lengte van 1 meter heeft bereikt kun je hem het beste korter terug snoeien, bij slechte groei zelfs tot op 10 tot 15 cm boven de grond. Hierdoor wordt het wortelgestel beter ontwikkeld en zal het jaar erop een goede stam ontstaan.
Jaar
2
Het jaar daarop komen er uit de jonge stam verschillende ogen uitlopen.
De sterkste scheuten groeien vanuit de top en deze moeten weer goed
worden aangebonden om beschadiging te voorkomen. De sterkste scheuten
worden geseltakken, dit zijn takken die we aan de klimrek of draden
bevestigen. Zijscheuten die in de oksels van de bladeren ontstaan
noemen we dieven, deze kunnen na het eerste blad terug gesnoeied
worden. Alle scheuten die onder uit de stam groeien moet je direct
verwijderen.
In de winter kunnen de dat jaar gegroeide takken worden teruggesnoeid
tot 1 meter, waarvan we als horizontale leggers er 1 als verlenging van
de stam aan de draden wordt bevestigd. Als de plant tegen een pergola
staat, is het de bedoeling dat de druif daar overheen gaat groeien, dan
wordt er in de zomer slechts 1 tak overgelaten, die in de winter wordt
teruggesnoeid tot 1 meter. Als je een druivenras hebt dat goed draagt
op eenjarig hout, dit is bij de meeste wijndruiven het geval dan houdt
je ook 1 tak aan. (zie plaatje boven)
Jaar
3
Dit jaar zie je waarschijnlijk de eerste bloementrossen, het is
verstandig om de meeste van die trossen te verwijderen, bij zwakke
planten zelfs alle trossen. Dit voorkomt dat de druivenplant al zijn
energie steekt in de druiventrossen. Die kracht kan beter gebruikt
worden aan de groei, die op dat moment veel belangrijker is. Als je een
plant met leggers hebt, kun je in dit jaar het tweede paar leggers gaan
vormen. Uit de top van de stam zullen weer verschillende ogen gaan
uitlopen, van die takken houdt je er weer drie aan, de rest kan
verwijderd worden.
Twee dienen als leggers en de derde als verlenging van de stam.
Uit de knoppen van de onderste leggers zullen ook scheuten komen, de
scheuten aan de uiteinden van die leggers kun je door laten groeien. De
andere knoppen geven takken met de eerste bloemtrossen die je het beste
kunt verwijderen.


Als na een aantal jaren de vruchtbaarheid van een legger verminderd, dan zul je voor een vervanger moeten zorgen. Het kan ook voorkomen dat de stiften te ver van de stam komen te staan. Laat een tak die dicht bij de stam staat in de zomer doorgroeien. In de winter snoei je de oude tak in zijn geheel weg en bindt de nieuwe tak op die plek weer aan. Verwijder in het begin van de nieuwe tak alle trossen. Als je een druivenplant hebt die heel goed op jong hout groeit, kun je de casenavesysteem gebruiken.
Wanneer je weinig ruimte hebt
in de tuin, of geen muur waar de druivenplant tegenaan kan groeien kun
je gebruik maken van pendelbogen.
Omdat het voor de meeste mensen
die één of twee druivenplanten hebben een beetje
overdreven is om een bodemmonster te nemen en te laten onderzoeken in
een bodemkundig laboratorium, vindt je hier wat algemene regels voor
het bemesten van de druivenplant.
Voor het planten van een druif kun je het beste organische meststof
gebruiken, bijvoorbeeld stalmest, 5 kilo per 1 m2 moet voldoende zijn.
Als je stalmest gaat gebruiken let er dan wel op dat dit oude mest moet
zijn, want verse mest is te scherp voor de wortels.
Als je kunstmeststoffen gebruikt let er dan op dat je een lage
stikstofgehalte gebruikt en een hoge kaligehalte. Een goede verhouding
is NPK – 9-10-23. Gebruik na eind juni geen stikstof meer
omdat dit een te sterke bladgroei geeft, dit komt niet ten goede aan
het afrijpen van de druiven.
Ook in het eerste jaar liever
geen stikstof geven, dit komt de wortelgroei niet ten goede, meng
liever 100 gram patentkali door de grond. Als je met kasdruiven bezig
bent is het van belang goed op te letten met het bemesten van druiven.
De stoffen kunnen zich gaan ophopen en zo (veel) schade opleveren,
vooral het keukenzout-gehalte loopt sterk op als je niet de juiste
meststoffen gebruikt. Vraag aan de handelaar in de buurt naar een
meststof met een zo weinig mogelijk gehalte aan natriumchloride
(keukenzout). Ook is het verstandig om de kasgrond elke winter goed nat
te maken, zodat een te hoog gehalte aan zout weggespoeld wordt.
Elk jaar na de wintersnoei kun je de druivenplant bijmesten met NPK of
organische mest. Dit is meestal voldoende voor het hele jaar.
Vorstschade
Als de tempratuur onder de -15 komt wat niet zo gauw gebeurt in
Nederland en België, zullen enkele gevoelige rassen schade
door de vorst ondervinden. Als u een gevoelige soort heeft is het
belangrijk dat u hem zoveel mogelijk uit de wind plaatst. Als de plant
tegen een muur staat zal hij minder schade ondervinden dan in het open
veld.
Een goede bemesting zal de schade ook aanzienlijk verminderen.
Virussen
Als je een gezonde plant kiest zul je nooit last krijgen van een virus.
Aan een virus is niks te doen, de enigste oplossing is om de plant te
rooien en er een nieuwe voor in plaats te zetten.
Gebreksziekten
Dit ontstaat doordat de plant een te kort krijgt aan een bepaalde
voedingstof, waardoor verkleuring van het blad en verzwakking van de
plant ontstaan. Door die verzwakking kunnen dan weer sneller andere
plagen ontstaan, zoals schimmels en ongedierte. Dit kun je voorkomen
door een bodemanalyse te laten maken, neem een bodemmonster en stuur
hem op naar een laboratorium
Schimmelziekten
Ontstaan meestal doordat er teveel vochtige lucht blijft hangen, zorg
ervoor dat de druivenplanten niet te dicht op elkaar komen te staan.
Een kas met druiven moet regelmatig gelucht worden zodat er geen vocht
blijft staan. Als er schimmel ziekten zijn kun je door een goede
zomersnoei veel goed maken.
Meeldauw
Er verschijnen aan de bovenkant van het blad witte schimmelplekken, het
lijkt op witte stof of meel. ook op jonge vruchten kun je dit vinden,
deze zullen niet verder groeien. Dit kan bestreden worden met
spuitzwavel, meng het middel in een verhouding van 4 tot 5 gram op 1
liter water. De bespuiting moet je om de drie weken herhalen, omdat het
middel na een tijdje uitgewerkt raakt. Wissel af en toe met een ander
middel zoals Eupareen, omdat de schimmel anders resistent wordt voor
zwavel. Verwijder zwaar aangetaste delen tijdens de zomersnoei.
Botrytis
of grijze vruchtrot
Een schimmel die de plant, bladeren en als de vruchten aanwezig zijn
aantasten met een grijze schimmel die erg lastig te bestrijden is. De
schimmel overwinterd op het hout als kleine zwarte vlekjes, als de
aantasting in ver stadium is kunnen de winterknoppen ook beschadigd
zijn. deze lopen in het voorjaar niet meer uit of zijn zo beschadigd
dat de groei stagneert. Deze ziekte is te voorkomen door goed te
luchten (kas), als het geregend heeft moet de plant snel kunnen drogen.
Buiten kun je dit proces stimuleren door teveel aan bladeren in de
zomer te verwijderen. Ook hier moet je meerdere malen spuiten, 1 x voor
de bloei, 1 x na de bloei, 1x als de bessen beginnen te groeien en 1x
voor het afrijpen begint. Let erop dat je het veiligheidstermijn van
het middel in de gaten houdt. Dit kan 6 tot 8 weken zijn, dus je zult 8
weken voordat de druiven geplukt worden voor de laatste keer kunnen
spuiten.
Dode-arm-ziekte
Deze schimmel groeit in de stam van de druif en verspreidt zich door
het afstervende hout. Je kunt deze ziekte herkennen doordat bepaalde
scheuten slecht tot helemaal geen vrucht krijgen, en het blad klein
blijft. De takken worden spierwit en hebben kleine, zwarte vlekjes. De
bestrijding ervan is simpel, snoei het aangetaste hout weg tot op het
gezonde hout en verbrand de aangetaste delen. In de winter kun je ook
spuiten met vruchtboomcarbolineum en in het voorjaar als de knoppen
gaan zwellen, met captan of zineb. Ontsmet je snoeigereedschap met
formaline, zodat je andere druiven niet aantast.
Druifluis
of phylloxera
Dit is de grootste plaag die een druivenliefhebber kan overkomen, omdat
hier niks aan te doen is. Alleen het enten op goede onderstammen kan
het probleem oplossen. In Nederland en België is deze ziekte
nog nooit voorgekomen, neem liever geen druivenplanten uit het
buitenland mee, mocht je de ongelukkige zijn die deze luis
meeneemt…..
Dopluis
en wolluis
Dit ongedierte komt niet veel voor op buitendruiven, maar eerder in
kassen en serres.
De grootste schade wordt veroorzaakt doordat de luizen een kleverige
stof afscheiden, de zogenaamde honingdauw. Die tof komt op bladeren
maar ook op de vruchten terecht en daarop kan dan weer een schimmel
gaan groeien. De bestrijding in een kas kan gebeuren doormiddel van het
aanstippen van de luizen met een oplossing van spiritus en groene zeep.
In grote kassen kun je het beste gebruik maken van Gusathion.